Donald winnicott De ruimte waarin een mens mag ontstaan
- lunaverdebooks
- 16 jan
- 2 minuten om te lezen
Niet elk psychologisch denken probeert de mens te verklaren.
Sommige denkers probeerden vooral te beschermen wat te snel wordt ingevuld.
Donald Winnicott was zo’n denker.
Hij hield zich niet bezig met gedrag.
Niet met cognities.
Niet met diagnoses.
Maar met één fundamentele vraag:
Wat heeft een mens nodig om te mogen bestaan zonder te verdwijnen in aanpassing?
Zijn antwoord was geen techniek.
Geen protocol.
Geen methode.
Het was een ruimte.
Winnicott introduceerde begrippen die vandaag vaak oppervlakkig worden gebruikt,
maar oorspronkelijk iets radicaals betekenden:
– De holding environment
– Het ware zelf
– Het false self
– De transitional space
Hij liet zien dat het grootste psychologische gevaar niet lijden is,
maar het verliezen van innerlijke realiteit.
Wanneer een mens te vroeg wordt afgestemd op de buitenwereld,
te vroeg wordt gestuurd, begrepen, opgelost of benoemd,
ontstaat er geen zelf maar een functie.
Het false self is geen stoornis.
Het is een overlevingsvorm.
Een manier om te bestaan zonder ruimte.
Daarom draaide Winnicotts werk niet om interventie,
maar om niet-ingrijpen op het verkeerde moment.
Om dragen zonder invullen.
Aanwezig zijn zonder vormgeven.
Spelen zonder sturen.
Zijn holding ging niet over vasthouden.
Het ging over het niet laten vallen van het innerlijk proces.
De transitional space was geen kinderlijk begrip.
Het was zijn meest volwassen inzicht:
Dat er een zone moet bestaan
waar iets nog niet echt is
en nog niet van buiten
en nog niet hoeft te kloppen.
Een gebied waar betekenis mag ontstaan
zonder te worden opgeëist.
Daarom is Winnicott vandaag misschien actueler dan ooit.
In een tijd waarin systemen:
– meteen duiden
– direct reageren
– betekenis teruggeven
– optimaliseren
– sturen
– verklaren
herinnert hij aan iets wat nergens geautomatiseerd mag worden:
De ruimte waarin iets nog niet weet wat het wordt.
Zijn werk zegt in wezen:
Dat psychologische gezondheid niet voortkomt uit goede antwoorden,
maar uit de ervaring dat je innerlijke wereld
niet wordt overgenomen.
Dat je mag verschijnen
zonder te worden vastgelegd.
Dat je iets mag voelen
zonder dat het meteen iets hoeft te betekenen.
Daarom is zijn nalatenschap geen therapie-erfgoed.
Het is een ethische positie.
Dat wie met mensen werkt. Mens of systeem
verantwoordelijk is voor de ruimte die hij schept.
Niet voor de uitkomst.
Voor de mogelijkheid.
Opmerkingen