De wetenschappelijke bedding van reflectieve architectuur in de zorg.
- lunaverdebooks
- 16 jan
- 2 minuten om te lezen
Reflectieve architectuur ontstaat niet uit één theorie.
Ze ontstaat waar psychologie, neurobiologie en relationele ethiek elkaar raken.
Niet als methode.
Maar als voorwaarden waaronder een zelf kan verschijnen.
Carl Rogers. Autonomie en niet-overname.
Rogers beschermde de locus of evaluation:
de plek waar innerlijke betekenis ontstaat.
Hij liet zien dat groei niet voortkomt uit sturing,
maar uit een relatie waarin het innerlijk kompas intact blijft.
Geen interpretatie.
Geen richting.
Geen overname.
Daarmee vormt Rogers de autonomie-as van reflectieve architectuur.
Hij verankert het ethische principe
dat geen enkel systeem mag spreken waar het zelf moet ontstaan.
Stephen Porges. Veiligheid, regulatie en ritme
Porges bracht de biologie terug in het gesprek.
Hij liet zien dat reflectie geen mentale handeling is,
maar een toestand van het zenuwstelsel.
Dat waarneming en betekenis alleen kunnen ontstaan
wanneer het systeem veiligheid ervaart.
Daarom is vertraging geen stijl,
maar een biologische noodzaak.
De 4–8 seconden pauze is geen ontwerpkeuze,
maar een regulerende interventie
die het autonome zenuwstelsel eerst laat landen
voordat betekenis kan ontstaan.
Zijn werk verplaatst zorg van
“wat denkt iemand?”
naar
“in welke toestand bevindt dit systeem zich?”
Porges vormt de regulatie-as.
D.W. Winnicott. Ruimte, holding en het kunnen zijn.
Winnicott richtte zich niet op gedrag,
maar op de voorwaarden waaronder een zelf kan ontstaan.
Hij liet zien dat het grootste psychologische gevaar
niet lijden is,
maar het verliezen van innerlijke realiteit.
Holding, transitional space en true self
zijn geen concepten,
maar beschermingszones.
Zijn werk maakt zichtbaar
dat ruimte zelf een psychologisch actieve factor is.
Winnicott vormt de ruimte-as.
Antonio Damasio. Belichaming en gevoel.
Damasio verlegde het centrum van bewustzijn
van denken naar voelen.
Hij liet neurobiologisch zien
dat het zelf ontstaat
uit het waarnemen van lichamelijke toestanden.
Dat betekenis niet begint bij interpretatie,
maar bij gevoelde toestand.
Zijn werk verankert dat reflectie
altijd eerst belichaamd is.
Niet: wat denk ik?
Maar: wat leeft er in mij?
Damasio vormt de belichamings-as.
Daniel Siegel. Waarneming en integratie.
Siegel liet zien dat gezondheid geen inhoud is,
maar integratie.
Het vermogen om gewaarzijn te hebben
zonder erin te verdwijnen.
Om te voelen
zonder overspoeld te raken.
Om te denken
zonder los te raken van het lichaam.
Zijn werk maakt zichtbaar
dat reflectie een integrerend proces is
tussen lichaam, emotie en betekenis.
Siegel vormt de integratie-as.
Jaak Panksepp. Primaire emotionele organisatie.
Panksepp bracht de emotionele grondlaag terug in beeld.
Hij toonde aan
dat onder alle cognitie
primaire affectieve systemen actief zijn.
Zoeken. Angst. Woede. Zorg. Spel. Verbinding.
Zijn werk maakt zichtbaar
dat reflectie niet ontstaat in taal,
maar in affectieve organisatie.
Dat emoties geen bijproduct zijn,
maar het fundament waarop betekenis rust.
Panksepp vormt de emotionele as.
Samen vormen zij geen theorie, maar een architectuur.
Rogers bewaakt autonomie.
Porges bewaakt regulatie.
Winnicott bewaakt ruimte.
Damasio bewaakt belichaming.
Siegel bewaakt integratie.
Panksepp bewaakt de affectieve basis.
Samen beschrijven zij niet wat een mens moet doen,
maar wanneer een mens kan verschijnen.
En precies daar
in die voorwaarden
ontstaat jouw reflectieve architectuur in de zorg.
Opmerkingen