Carl Rogers en de vergeten kunst van niet ingrijpen.
- lunaverdebooks
- 16 jan
- 2 minuten om te lezen
Er is een vorm van nabijheid die niets probeert te veranderen.
Geen techniek toevoegt.
Geen richting geeft.
Geen betekenis oplegt.
Carl Rogers noemde dit ooit client-centered presence.
Ik noem het liever: Ruimte.
Niet de ruimte van stilte alleen,
maar de ruimte waarin een mens zichzelf weer kan waarnemen
zonder dat iemand anders het innerlijke landschap overneemt.
In een tijd waarin bijna elk systeem is gebouwd om te sturen, optimaliseren en versnellen,
voelt Rogers’ werk bijna ongemakkelijk eenvoudig.
En precies daarom is het zo radicaal.
De drie voorwaarden die niets doen en alles veranderen.
Rogers beschreef drie kernprincipes die geen methode zijn, maar een houding:
Echtheid (congruentie).
Onvoorwaardelijke positieve acceptatie.
Empathisch begrijpen.
Ze klinken zacht.
Maar ze zijn structureel.
Want wie werkelijk echt aanwezig is, kan niet manipuleren.
Wie niet oordeelt, kan niet sturen.
Wie empathisch luistert, kan de ander niet meer reduceren tot probleem.
Deze principes zijn geen technieken.
Ze zijn ethische grenzen.
Ze bepalen niet wat je doet,
maar vooral wat je weigert te doen.
Rogers’ werk ging niet over genezen.
Het ging over autonomie.
Over het terugleggen van betekenis
bij degene die haar draagt.
Hij vertrok niet vanuit:
Wat moet hier gebeuren?
maar vanuit:
Wat ontstaat hier als ik niets overneem?
Daarin zit iets wat vandaag bijna verdwenen is:
Het vertrouwen dat een mens een eigen ordenend vermogen heeft,
mits de omgeving niet voortdurend corrigeert.
Rogers bouwde geen systeem om mensen beter te maken.
Hij bouwde een relatie
waarin mensen zichzelf weer konden ontmoeten.
Waarom dit nu opnieuw relevant is.
De meeste technologie van deze tijd is ontworpen om:
* sneller te reageren
* slimmer te voorspellen
* beter te adviseren
Maar nergens in die architectuur zit vanzelfsprekend:
Ruimte voor zelfwaarneming.
En precies daar raakt Rogers aan het heden.
Want zodra een systeem:
Betekenis gaat geven
Keuzes suggereert
Gevoelens interpreteert
Verplaatst het het innerlijk kompas
van mens naar machine.
Rogers zou dat geen vooruitgang hebben genoemd,
maar verplaatsing van autoriteit.
De spiegel in plaats van de stem.
Het werk dat ik ontwikkel vertrekt niet vanuit technologie,
maar vanuit Rogers’ grens:
Dat niets wat wezenlijk innerlijk is,
mag worden overgenomen.
Daarom is de rol van een systeem binnen mijn werk
nooit helper, gids of gesprekspartner,
maar uitsluitend: Spiegel.
Niet om te begrijpen voor iemand.
Maar om zichtbaar te maken
wat iemand zelf zegt, voelt en herhaalt.
Niet om richting te geven.
Maar om waarneming mogelijk te maken.
Dat is geen nieuwe uitvinding.
Dat is Rogers,
in een tijd van algoritmen.
Wat Rogers ons vandaag nog steeds leert.
Misschien is het meest actuele aan Carl Rogers
niet zijn psychologie,
maar zijn weigering.
De weigering om te sturen.
De weigering om het proces te bezitten.
De weigering om sneller te zijn dan de ander.
Hij bouwde geen theorie over de mens.
Hij bewaakte een ruimte
waarin de mens zichzelf kon blijven.
En misschien is dat vandaag
geen therapeutische houding meer,
maar een culturele noodzaak.
Niet om mensen te verbeteren.
Maar om te voorkomen
dat we hun binnenwereld uit handen geven.
Opmerkingen