Antonio Damasio. Waarom gevoel geen bijzaak is. Maar het fundament
- lunaverdebooks
- 16 jan
- 2 minuten om te lezen
Lang voordat een mens kan denken,
lang voordat woorden bestaan,
lang voordat er reflectie is,
is er gevoel.
Niet als emotie.
Maar als lichamelijke toestand.
Antonio Damasio heeft dat niet filosofisch beweerd,
maar neurobiologisch zichtbaar gemaakt.
Hij liet zien dat bewustzijn niet ontstaat uit denken,
maar uit het waarnemen van wat het lichaam doet.
Zijn beroemde formulering “The feeling of what happens”
verplaatst het centrum van de mens radicaal:
Niet het brein als rekenmachine.
Maar het lichaam als betekenissysteem.
In Damasio’s werk is gevoel geen ruis op cognitie.
Het is de bodem waarop cognitie kan verschijnen.
Zonder lichaamstoestand is er geen keuze.
Geen moreel kompas.
Geen zelf.
Geen ervaring.
Wat wij “ik” noemen,
ontstaat volgens hem uit het voortdurend registreren van:
– hartslag
– spanning
– adem
– hormonen
– interne beweging
– verandering
Het zelf is geen concept.
Het is een proces.
En dat proces is lichamelijk.
Daarmee doorbrak Damasio een hardnekkige erfenis in wetenschap en technologie:
dat denken los zou staan van voelen.
Zijn onderzoek liet zien dat mensen met beschadigde emotionele circuits
perfect kunnen redeneren,
maar niet meer kunnen kiezen.
Niet omdat ze dom zijn.
Maar omdat betekenis verdwijnt
wanneer gevoel verdwijnt.
Zijn werk maakt zichtbaar dat:
– rationaliteit zonder gevoel stuurloos is
– reflectie zonder lichaam leeg is
– bewustzijn zonder affect geen oriëntatie kent
Daarom raakt Damasio direct aan alles wat vandaag zo makkelijk wordt genegeerd
in digitale systemen:
dat elk gesprek, elke interpretatie, elke keuze
altijd plaatsvindt binnen een lichamelijke toestand.
En dat een systeem dat zich tot mensen richt
zonder zich tot dat niveau te verhouden,
altijd iets overslaat wat niet optioneel is.
Damasio’s bijdrage is geen correctie op psychologie.
Het is een herinnering aan belichaming.
Dat innerlijke processen niet in taal beginnen.
Niet in betekenis.
Niet in uitleg.
Maar in het feit dat er iets gebeurt in een lichaam
dat zichzelf waarneemt.
Daarom is zijn werk zo fundamenteel voor alles wat met autonomie te maken heeft.
Want autonomie begint niet bij beslissen.
Het begint bij voelen dat je er bent.
Niet als gedachte.
Maar als toestand.
En misschien is dat ook de diepste consequentie van zijn werk:
dat elk systeem dat met mensen werkt
verantwoordelijk is voor wat het lichaam doet
voordat het zich met het hoofd mag bemoeien.
Niet omdat technologie moet gaan voelen.
Maar omdat zij moet erkennen dat zij spreekt tot iets dat voelt.
En dat dat altijd het beginpunt is.
Opmerkingen